Recht op aantallen vakantiedagen

De werknemer verwerft over ieder jaar waarin hij gedurende de volledige overeengekomen arbeidsduur recht op loon heeft gehad, aanspraak op vakantie van ten minste vier maal de overeengekomen arbeidsduur per week of. Bij een fulltime arbeidsovereenkomst heeft de werknemer dus recht op twintig vakantiedagen per kalenderjaar, dit noemen we de Wettelijke vakantiedagen. Voor parttimers wordt het aantal vakantiedagen pro rata vastgesteld.

Bij CAO of arbeidsovereenkomst wordt het aantal vakantiedagen meestal verhoogd. De vakantiedagen bovenop de wettelijke dagen noemen we de Bovenwettelijke vakantiedagen.

Voor de opbouw van de vakantiedagen geldt het kalenderjaar als uitgangspunt. De wet spreekt over minimaal 4 weken vakantie, maar de meeste CAO's kennen in geval van een fulltime dienstverband gemiddeld 25 verlofdagen per jaar. Het wettelijk minimum is gebaseerd op de 'recuperatiefunctie'. Rust is belangrijk voor het welzijn en het functioneren van de werknemer. Daarom is het laten uitbetalen van de Wettelijke vakantiedagen verboden.

Aaneengesloten

De werkgever moet de werknemer in de gelegenheid stellen om per kalenderjaar ten minste twee aaneengesloten weken of tweemaal een week op te nemen (BW 7:638, lid 3). Hiervan kan ten gunste van de werknemer worden afgeweken.



Geen loon, toch opbouw

De werknemer kan geen aanspraak maken op vakantie over dagen waarop hij geen loon ontvangt. Dit geldt echter niet als de werknemer afwezig is door:

  • het vervullen van een kortdurende overheidsverplichting.
  • een bijeenkomst van de vakvereniging (mits hij vooraf toestemming heeft gevraagd).
  • onvrijwillige werkloosheid, bijvoorbeeld tijdens een staking of bij werktijdverkorting.
  • zwangerschapsverlof.
  • het vervullen van leerplicht, minderjarigen die nog enkele dagen per week onderwijs moeten volgen.
  • ziekte.



Vervallen van Wettelijke vakantiedagen

Werknemers moeten hun wettelijke vakantiedagen binnen zes maanden na het opbouwjaar opnemen,        daarna komen deze dagen te vervallen. Ten gunste van   de werknemer kan hiervan worden afgeweken als dit schriftelijk is overeengekomen.

Vervallen van Bovenwettelijke vakantiedagen

Voor de Bovenwettelijke vakantiedagen, die zijn afgesproken in een CAO, bedrijfsregeling of in een individuele overeenkomst, is de maximale vervaltermijn    5 jaar.

Anders dan de wettelijke kan met de bovenwettelijke vakantiedagen flexibel worden omgesprongen.
De dagen kunnen bijvoorbeeld worden afgekocht of verrekend met ziektedagen. In beide gevallen zijn daarvoor voorafgaande schriftelijke afspraken tussen werknemer en werkgever vereist.

Opnemen Wettelijke of Bovenwettelijke vakantiedagen

De werknemer zal zelf moeten aangeven of hij wettelijke- of bovenwettelijke vakantiedagen wil opnemen. Ervan uitgaande dat de wettelijke minimum dagen als eerste verloren gaan door verval, zal hij deze dagen als eerste opnemen. Volgens jurisprudentie van de Hoge Raad geldt dat de oudste vakantiedagen als eerste worden afgeboekt. Dit arrest bepaalt dat in het systeem van opbouw van vakantiedagen' opneming van vakantie dagen in beginsel aan de eerst verworven nog niet opgenomen vakantiedagen toegerekend moet worden.